|
|
MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN Volkskrant 13-10-2007 Wiet bestrijdt misselijkheid en wekt eetlust op; een uitkomst voor mensen die veel medicijnen moeten slikken. Sinds vier jaar is er staatswiet, maar die is duurder en minder effectief dan de wiet uit de coffeeshop. ‘Het hele gebeuren is ondergronds gegaan.’ Door Ellen de Visser Cannabisthee op de avond voor een chemokuur Peer Neeleman, anesthesioloog in het Groningse UMCG, schreef de afgelopen jaren honderden patiënten cannabis voor en geldt als een van de experts op het gebied van mediwiet. In de jaren negentig liet hij borstkankerpatiënten de avond voor hun chemokuur cannabisthee drinken. Neeleman haalde de cannabis op eigen kosten uit de coffeeshop. Tot zijn verbazing verdween hun misselijkheid. Later zag hij ook bij MS-patiënten wonderbaarlijke resultaten. Cannabis bestrijdt de pijn, wekt de eetlust op, gaat misselijkheid tegen en is een probaat slaapmiddel. Het is nog onduidelijk hoe de plant precies werkt. Er zijn honderden soorten cannabis, de gevoeligheid voor de werkzame stoffen in die variëteiten verschillen per persoon. Marihuana staat al eeuwen bekend om zijn medicinale werking maar de plant is om politieke redenen een eeuw lang niet onderzocht, zegt Neeleman. ‘De Amerikanen waren ervan overtuigd dat cannabisgebruik het patriottisme beïnvloedde en zijn een gigantische oorlog tegen het plantje begonnen. Daardoor durfden veel Angelsaksische tijdschriften publicaties over cannabis lang niet aan.’ De wetenschap van de pijnbestrijding heeft daardoor decennialang iets heel belangrijks gemist, zegt hij. Cannabis kan een goedkoop alternatief vormen voor dure medicijnen. Verzekeraars, zegt Neeleman, zouden daarom vaker moeten vergoeden. In november 1992 prikte Ruud Hillebrand zich als verpleegkundige van het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis aan een naald. Anderhalf jaar later had hij aids ontwikkeld. Hij was ten dode opgeschreven, een ‘hopeloos geval’. Wel mocht hij met een paar patiënten meewerken aan een experiment met nieuwe medicijnen. Dertien jaar later is hij als enige van de groep nog in leven. Dat komt door de cannabis. Al die pillen die hij op vaste tijdstippen moet slikken, die hem kotsmisselijk maken maar die hij toch moet zien binnen te houden, omdat een foutje fataal kan zijn voor het immuunsysteem – het lukt hem alleen dankzij zijn dagelijkse portie van drie gram wiet op dokteradvies. De wiet bestrijdt de misselijkheid en wekt de eetlust op: een gouden combinatie. Jarenlang haalde Hillebrand de marihuana gewoon in de apotheek. Geleverd door de firma Maripharm, de cannabisproducent uit Schiedam die apotheken illegaal van voorraad voorzag. Totdat de overheid zich vier jaar geleden de markt toe-eigende en Maripharm moest verdwijnen. De staatswiet die sindsdien in de apotheek ligt, is duurder en heeft bij Hillebrand nauwelijks effect. ‘Mijn leven is daardoor ernstig in gevaar gekomen.’ Een hele boodschappentas vol artikelen en correspondentie sjouwt hij mee; bewijzen van zijn strijd tegen het overheidsbeleid. Onvoldoende bewijs Maar de overheid zit klemvast. Cannabispionier Wernard Bruining, al ruim 35 jaar in de business, spreekt van het ‘mediwietdilemma’. Er zijn talloze varianten cannabis, waarop patiënten verschillend reageren. Het Bureau Medicinale Cannabis (BMC), dat patiënten van een constante en hoogstaande kwaliteit wiet wil voorzien, kan er slechts drie leveren. Die zijn ten gevolge van strenge kwaliteits- en veiligheidseisen ook nog eens duurder dan in de coffeeshop. De patiënten blijven weg, ook omdat de verzekeraars de wiet nauwelijks vergoeden. Die menen dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor de werking. Voor onderzoek is echter staatswiet nodig, die als enige van constante samenstelling is. Maar omdat de patiëntenpopulatie vanwege de ontbrekende vergoeding achterbleef, kon onderzoek niet plaatsvinden. Die impasse kostte het staatsbureau bijna de kop. Het verlies bedraagt volgens BMC-directeur Marco van de Velde tot nu toe een miljoen euro. Voormalig minister Hoogervorst zag wietverstrekking van overheidswege niet zitten en sprak begin vorig jaar van ‘een sof’. Vier jaar na de introductie van de cannabis in de apotheek lijkt het tij te keren. De omzet is licht gestegen, het buitenland toont belangstelling en sinds twee weken is een met staatswiet gefabriceerd geneesmiddel op de markt – Namisol, een tablet met dezelfde werking als cannabis. Minister Klink van Volksgezondheid zal de Tweede Kamer naar verwachting binnenkort laten weten dat het project mag doorgaan. Een reconstructie op basis van gesprekken met telers, artsen, wetenschappers, patiënten, beleidsmakers en wegbereiders toont aan dat het onmogelijk is een al jaren gedoogde praktijk formeel te regelen. MS-patiënt Wim Moorlag, vervolgd omdat hij voor eigen gebruik cannabis teelde, omschrijft het als volgt: ‘Er was eens een plantje, toen zette de overheid het woord medicinaal ervoor en daarna mocht er opeens niets meer.’ Het waren twee Rotterdammers en een Amerikaan die in de jaren negentig in Nederland marihuana als medicijn introduceerden. Marcel de Wit raakte als coffeeshophouder enthousiast op een cannabiscongres in Parijs. Hij kwam in contact met de naar Nederland uitgeweken Vietnamveteraan James Burton en met Ger de Zwaan, die als eerste patiënt op doktersadvies marihuana kreeg. Burton richtte een stichting op om mediwiet te promoten, De Zwaan begon een patiëntenvereniging, De Wit vestigde het bedrijf Maripharm. Gedrieën voorzagen ze patiënten, apotheken en onderzoekers van wiet. De Wit bouwde, ondanks geregelde politie-invallen, zijn imperium uit tot een kleine vijfduizend patiënten in duizend apotheken. Het was een gedoogsituatie die uit de hand liep, vond toenmalig minister Borst: het viel niet te controleren of de wiet deugde en medische begeleiding ontbrak. Daarom werd het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) opgericht, waarmee Nederland na de Verenigde Staten en Canada het derde regeringsbureau ter wereld kreeg. Het bureau werd groothandel, de staat monopolist, een gevolg van internationale verdragen. Na een aanbestedingsronde werden twee staatstelers aangewezen. Naast voormalig tuinbouwbedrijf Bedrocan uit Veendam mocht ook een van de drie pioniers meedoen: niet Marcel de Wit, die al jaren de apotheken bevoorraadde, maar James Burton. Die investeerde in zijn kassen in Naaldwijk tienduizenden euro’s om zich voor te bereiden op een forse oogst. Dat bleek een misrekening. Op 2 september 2003, een dag nadat de staatswiet in de apotheek lag, bracht het college voor zorgverzekeringen het advies uit cannabis niet te vergoeden. Vijftien kilo per maand bestelde het BMC aanvankelijk bij de telers, gebaseerd op het marktonderzoek in het illegale circuit. Maar van de tien- tot vijftienduizend patiënten die voorheen mediwiet kochten, bleven er hooguit vijftienhonderd over. De verkoop bleef het eerste jaar steken op zeventig kilo. Eind 2004 moesten enkele tientallen kilo’s overtollige wiet bij de afvalverwerking Rotterdam worden vernietigd. ‘Het is de Nederlandse Staat gelukt om het enige narcoticaprogramma ter wereld op verlies te laten uitdraaien’, schreef De Britse krant The Times. Ondermaats Burton kwam al snel in opstand. Hij voelde zich misleid door het BMC en kwam in financiële problemen toen de bestellingen uitbleven. Een reportage in het tv-programma NOVA, leidde zijn einde in. Het BMC verlengde zijn jaarcontract niet, formeel omdat de kwaliteit van zijn wiet bij controles regelmatig ondermaats zou zijn. De rechtszaak die Burton aanspande, verloor hij; hij raakte zijn geld, zijn stichting en zijn plantencollectie kwijt. Bedrocan bleef als enige staatsteler over. Na de valse start probeerde het BMC patiënten te overtuigen van de meerwaarde van de staatswiet. De apotheker kon voorlichting geven over het effect van cannabis op andere geneesmiddelen. Vergelijkend onderzoek toonde aan dat de cannabis uit de apotheek van constante kwaliteit was en niet vervuild, in tegenstelling tot de wiet uit de coffeeshop, waar bovendien nogal eens werd gesjoemeld met het gewicht. De strenge kwaliteitscontrole, de hygiënische verpakking en de betrouwbare distributie maken de apothekerswiet duurder. Slechts eenvijfde van de verkoopprijs (8 à 11 euro, afhankelijk van de soort) is voor de teler. Maar patiënten leken niet allemaal een boodschap te hebben aan schone wiet en hielden het bij hun huismerk uit de coffeeshop, waar ze korting bleven krijgen. ‘Het hele gebeuren is ondergronds gegaan’, zegt cannabisdeskundige Bruining. De monopoliepositie van de Staat werd ook door pionier Ger de Zwaan ondergraven. Hij zette zijn verkoopactiviteiten voort. Hij begon in Rotterdam een mediwietloket (‘Ik weigerde te stoppen, een politieke daad’) en kreeg daarvoor van de gemeente toestemming. De rechtszaak van het BMC tegen de gemeente werd door toenmalig minister Hoogervorst ingetrokken, voor het BMC het zoveelste bewijs dat hij de staatscannabis niet serieus nam. De Zwaan heeft alweer honderden klanten, die korting krijgen als ze lid worden van zijn vereniging. Ook Marcel de Wit ging, ondanks de jarenlange tegenwerking van de overheid, door met zijn bedrijf. Op het industrieterrein in Schiedam werkt hij met zijn eigen wiet, buiten het staatsprogramma om, naarstig aan de productie van een geneesmiddel. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft hem vorige maand een kwaliteitsstempel gegeven, waarna hij bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen een aanvraag voor cannabisdruppels heeft ingediend. Aan TNO levert hij, met een opiumverlof, cannabis voor wetenschappelijk onderzoek. Zijn pand toont nog de sporen van de laatste politie-inval in februari van dit jaar, de zesde in twaalf jaar tijd, waarbij ook BMC-directeur Van de Velde aanwezig was. Zijn opiumverlof dreigde te worden ingetrokken: hij had meer planten staan dan was toegestaan. De stroomdraden werden doorgeknipt, de kluis met alle onderzoeksgegevens werd opengebroken, de vriezer met extracten ontdooid. Terwijl blijkens het verlof alleen de extra planten in beslag mochten worden genomen. De schade loopt in de tonnen. Na roerige jaren probeert BMC-directeur Van de Velde de rust terug te vinden. Hij ziet in dat het officiële circuit last zal blijven houden van illegale concurrentie. Pogingen om die concurrenten de pas af te snijden, zijn gestaakt. ‘We kunnen niet alle coffeeshops controleren.’ Na overleg met TNO heeft Van de Velde besloten het opiumverlof van Marcel de Wit ‘in het belang van de volksgezondheid’ toch niet in te trekken. Sinds kort heeft ook De Wit een overeenkomst met het BMC, dat bij hem de cannabis opkoopt voor TNO. Is hij alsnog een beetje staatsteler. Bij Bedrocan-directeuren Tjalling Erkelens en Freerk Bruining gloort de hoop op een omzetgroei. Sinds kort toont het buitenland belangstelling. Een wetswijziging in Italië en een rechterlijke uitspraak in Duitsland bieden ook daar patiënten de mogelijkheid om mediwiet in de apotheek te halen. Italië heeft het afgelopen jaar vier kilo besteld, in Duitsland maakt een bedrijf van de Nederlandse mediwiet een extract voor patiënten. Ook de cannabisapotheek in Groningen levert klandizie op. De apotheek opende begin dit jaar en verkoopt alleen marihuana, een wereldwijd uniek concept. Met het BMC is een contract gesloten voor de verkoop van twaalf kilo cannabis tegen de sterk gereduceerde prijs van zes euro per gram. Apotheker Lisette Wijnkoop laat de zakken cannabis zien die ze in grootverpakking van 250 gram krijgt aangeleverd. Afwegen en verpakken doet de apotheek zelf, waardoor de verkoopprijs omlaag kan. Veel klanten bestellen per postorder: de apotheek stuurt voor maximaal drie maanden op. De twaalf kilo is al bijna verkocht. Het BMC bepaalt binnenkort of het experiment kan doorgaan. Van de Velde: ‘We hopen ermee aan te tonen dat voor veel patiënten de prijs de drempel is.’ Erkelens van Bedrocan zegt dat het imago van de staatswiet langzaam verbetert. Zelfs coffeeshophouders beginnen patiënten door te sturen naar de apotheek, omdat ze inzien dat die daar beter af zijn. ‘We zouden het toch ook bizar vinden als de cholesterolverlagers of de angstremmers ongecontroleerd op de markt komen, geproduceerd in illegale laboratoria?’ Volgend jaar wordt in Groningen begonnen met wetenschappelijk onderzoek naar het effect van cannabis bij pijnbestrijding. De resultaten kunnen mogelijk de verzekeraars overtuigen. Bedrocan heeft een placebo-wiet ontwikkeld die net zo ruikt als echte wiet. Alleen de zaak rond MS-patiënt Wim Moorlag kan een nieuwe bom onder het overheidsbeleid leggen. Binnenkort beslist de Hoge Raad of de vrijspraak van Moorlag voor het telen van zijn eigen mediwiet in stand blijft. Als dat zo is, zet dat de weg open voor alle patiënten die thuis willen kweken. In de keuken van zijn huis in Vledderveen vertelt Moorlag gedreven over de zaak waarvoor hij vecht. ‘Cannabis is gewoon een plantje, gelijk de boerenkool in mijn tuin en niemand kan mij verbieden een plant te verbouwen. Ik had een lamp, met een paar plantjes eronder, en de afghaansoort die ik kweekte kostte me 25 cent per gram. Moet ik het dan voor negen euro in de apotheek gaan halen? Bovendien heeft de apotheek de soort niet die bij mij werkt.’ De zieke Ruud Hillebrand is de afgelopen jaren noodgedwongen in de coffeeshop beland, waar hij 2,50 euro per gram korting krijgt met zijn doktersverklaring. Zijn strijdlust richt zich nu op de plaatselijke GGD die meent dat hij van de bijzondere bijstand niet meer dan 1 gram per dag vergoed hoeft te krijgen. De rest is, blijkens een advies, ‘recreatief’. Hillebrand: ‘Doe ik aan recreatief braken misschien?’ Mediwietpionier Ger de Zwaan had zich voorgenomen om na 1 september 2003 vaker naar zijn stacaravan op de Veluwe te gaan. De overheid zou zijn werk immers overnemen. Maar in de ruimte achter de winkel zit hij nog dagelijks joints te draaien voor patiënten. De vraag naar voorlichting groeit, hij wil weer lezingen gaan geven. In de stacaravan is hij nog maar een keer geweest. de Volkskrant
Regulering van de Vlaamse cannabismarkt? (18-9-2007)De regulering van de cannabismarkt in Vlaanderen is de meest aangewezen beleidsstrategie om de criminaliteit uit de sector te bannen en de kwaliteit van cannabis te bevorderen. Dat besluiten de UGent-wetenschappers Tom Decorte en Pascal Tuteleers in hun vandaag verschenen boek ‘Cannabisteelt in Vlaanderen. Patronen en motieven van 748 telers.’ Leuven: Acco. Het boek ‘Cannabisteelt in Vlaanderen’ is het resultaat van een studie van het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek van de UGent tussen 2005 en 2007 en biedt een accuraat beeld van het profiel, de kweekpatronen en de motieven van meer dan 700 cannabiskwekers in Vlaanderen. Vlaamse cannabismarkt: vooral kleinschalige thuisteelt Uit de studie blijkt dat de kleinschalige thuisteelt van cannabis een niet te onderschatten aandeel vormt in de markt. De beeldvorming in de media, waar inheemse cannabisteelt doorgaans geassocieerd wordt met professionele en crimineel georganiseerde –vaak Nederlandse- telers, is selectief en gekleurd en vormt geen representatief beeld van de werkelijke aard van de cannabisteelt in Vlaanderen. Naast commerciële telers zijn vermoedelijk ook een zeer groot aantal kleinschalige (hobby)telers actief, die helemaal niet op winst uit zijn, maar kweken om in hun eigen gebruik en dat van hun omgeving te voorzien. Puur pragmatische redenen spelen bij hen veel meer een rol: ze willen goedkopere weed voor eigen gebruik, ze zijn nieuwsgierig en willen zien of het echt zo makkelijk is, en putten plezier uit het kweken op zich. Een aantal telers begint zélf te kweken uit onvrede met de slechte kwaliteit (té sterk, te chemisch,…) van de weed in Nederlandse coffeeshops, om het illegale circuit te vermijden en het risico op betrapping bij grens- en politiecontroles te reduceren. Sommige mensen telen cannabis om medicinale redenen (als pijnstiller), omdat medicinale cannabis op doktersvoorschrift én de cannabis uit Nederlandse coffeeshops te duur zijn. De kleinschalige thuisteelt is volgens de auteurs overigens ook een belangrijk fenomeen omwille van een aantal kenmerken van deze cannabisproducenten. Immers, ook de niet-commerciële telers beschikken over veel knowhow, en schakelen in hun kwekerscarrière vaak op meer verfijnde en efficiënte teelttechnieken over. De kennis van teelttechnieken is niet langer het monopolie van een kleine kring van grootschalige (en criminele) producenten. Ook buitenteelt blijft een belangrijk segment van de markt uitmaken. Een repressieve aanpak van de Vlaamse cannabismarkt? In ons land gaan, onder meer vanuit de politiediensten, steeds meer stemmen op om van de bestrijding van de inheemse cannabisteelt een nationale prioriteit te maken. Uit de studie blijkt echter dat een repressieve aanpak hierbij geen structurele oplossing is. Zowel in een volledig illegaal circuit (in België) als in een gedoogmodel waarbij de aanvoer niet gereguleerd is (Nederland), bestaat geen enkele controle op de kwaliteit van het verhandelde product. In Nederland opteerde de overheid een aantal jaren geleden voor een harde politiële en justitiële aanpak van de wietteelt, met geavanceerde opsporingstechnieken en regelmatige ‘rooidagen’. Dat repressieve politieoptreden heeft niet het beoogde effect gesorteerd. Integendeel: het beleid creëerde belangrijke onbedoelde effecten op de organisatie, de gehanteerde kweektechnieken en de kwaliteit van de geproduceerde cannabisproducten. Kleine en idealistische hobbytelers hielden ermee op, en ‘professionelen’ springen in het gat. Deze telers calculeren bestraffing in als een professioneel risico, introduceren malafide praktijken, en zijn weinig of niet geïnteresseerd in de kwaliteit van het product, maar wel in sterke wietsoorten en de financiële opbrengst die deze kunnen genereren. Het repressieve beleid leidde op die manier tot een monocultuur (een verschraald aanbod van soorten met een twijfelachtige kwaliteit), en een meer criminele cannabisbranche. Ook in Vlaanderen zou een repressieve aanpak van de cannabismarkt geen oplossing bieden, blijkt uit de studie. De cannabisteelt zou enigszins verschuiven, maar het valt te voorzien dat ook bij ons de cannabisbranche zou verharden en ‘crimineler’ worden. Bovendien zouden de sterkte en de kwaliteit van het product nog minder beheersbaar blijken. Naar een regulering van de Vlaamse cannabismarkt Politici en hun naaste adviseurs smoren elk debat over alternatieve reguleringsmodellen met de juridische drogreden dat we aan internationale verplichtingen gebonden zijn. Regulering is niét een louter theoretische optie, als er maar voldoende politieke wil bestaat bij een regering die er de voordelen van inziet. De sociologische realiteit krijgt bovendien een kafkaiaans karakter: een deel van de in België geproduceerde cannabis wordt naar (Nederlandse) coffeeshops geëxporteerd, om dan –aangezien Belgen een belangrijk cliënteel van de Nederlandse coffeeshops in de grensstreken uitmaken- vervolgens weer in gebruikershoeveelheden in België te worden ingevoerd. Dat geeft aanleiding tot een onzinnige vorm van politiek gekissebis tussen Belgische en Nederlandse grensgemeenten. Gezien de grote vraag naar cannabis en het onuitroeibare karakter van de plant en de hele cannabissector is de regulering van de markt de meest aangewezen optie. Een gedoogbeleid heeft -zo merkt Nederland ook stilaan- een beperkte houdbaarheidsdatum. De illegale status van cannabis en zijn producenten is de belangrijkste motor van de lucratieve inheemse teelt en de criminele organisaties in de branche, en vormt tegelijkertijd een belangrijke hinderpaal voor het voeren van een beleid gericht op de bevordering van de volksgezondheid. Het reguleren van verkooppunten (enkel voor meerderjarige gebruikers) en van de productie (door zorgvuldig geselecteerde én streng gecontroleerde producenten) en de aanvoer is de meest aangewezen beleidsstrategie om de criminaliteit en criminele organisatie uit de branche te bannen, de kwaliteit van het product te bevorderen en de sterkte ervan te kunnen manipuleren. Auteurs Tom Decorte is professor aan de Universiteit Gent in het vakgebied criminologie en coördinator van het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (ISD). In het Nederlandse vakgebied en daarbuiten publiceert hij geregeld over roesmiddelengebruik. Pascal Tuteleers was in 2002 en 2003 als onderzoeker voltijds verbonden aan het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (UGent). Momenteel is hij lector aan de Hogeschool Gent, departement sociaalagogisch werk. Info
Prof. Tom Decorte
|
|
|