|
|
Nieuwsbrief Stichting Pijn-Hoop (September 2006) Arno Hazekamp Eind maart was ik aanwezig op een bijeenkomst georganiseerd door het Bureau voor Medicinale Cannabis in Den Haag, waarbij verschillende mensen waren uitgenodigd om eens te praten over cannabis als medicijn. Naast mijzelf waren daar aanwezig: de officiële medicinale cannabis kweker Bedrocan BV en vertegenwoordigers van 10 verschillende patiëntenverenigingen, variërend van de MS Vereniging Nederland tot Stichting Gilles de la Tourette. Een van die patiëntenverenigingen was de uwe, Stichting Pijn-Hoop. Het was een leerzame en positieve bijeenkomst. Na afloop van de bijeenkomst werd mij door iemand van de Stichting Pijn-Hoop gevraagd om een stukje te schrijven voor de nieuwsbrief die u nu voor u heeft. Mijn reactie was een enthousiast en volmondig ‘ja natuurlijk’, want eigenlijk wilde ik u heel graag spreken. Er is namelijk is belangrijks aan de gang en ik vindt dat iedere medicinale cannabis gebruiker dit zou moeten weten. Laat ik meteen maar duidelijk stellen waar dit stukje over zal gaan (dan kunt u altijd nog een paar pagina’s verder slaan): de uitdaging die ik mezelf stel bij dit schrijven is om u iets positiever te laten denken over cannabis, en dan voor medicinaal gebruik in het bijzonder. Ik kan u niet laaiend enthousiast maken, want dan zou ik moeten liegen, maar gewoon een klein beetje positiever. Als u al een fan van cannabis gebruik bent, dan mag u deze tekst natuurlijk ook gewoon gebruiken als een stukje informatie. En vervolgens wil ik u wat vragen.Ik weet dat geschreven stukjes meestal kort en bondig moeten zijn, maar ik ga het lekker lang maken. Want ik heb een hoop te vertellen. Maar laat ik me eerst even voorstellen. Leidsch Cannabis Onderzoek Mijn naam is Arno Hazekamp, en ik ben een onderzoeker aan de Universiteit Leiden. Ik werk op de afdeling Farmacognosie, waar onderzoek wordt gedaan naar de toepasbaarheid van planten in medicijnen, voedingsmiddelen, cosmetica etc. Wij weten dus veel van planten en hun inhoudsstoffen en het is dan ook logisch dat wij de cannabis plant benaderen als ‘gewoon een plant met interessante eigenschappen’. Mijn eigen onderzoek spitst zich toe op het begrijpen van de plant zelf en ik werk daarbij meestal op een laboratorium. Het is vooral veel bio-chemisch werk. Ik probeer in feite te begrijpen wat de essentie van medicinale cannabis is en probeer daarbij antwoorden te vinden op vragen zoals: waarom zijn er medicinale verschillen tussen cannabis soorten; wat is het effect van de manier van consumeren (roken, thee maken of een waterpijp) op de uiteindelijke stoffen die de gebruiker binnenkrijgt; hoe kun je de sterkte van cannabis thee bepalen en zonodig beinvloeden; welke stoffen zijn aanwezig in de plant die nog niet onderzocht worden, maar dat wel zouden moeten. Op dit moment doe ik dit werk ongeveer 5 jaar. In die periode heb ik contact gehad met vrijwel iedereen die zich in Nederland bezig houdt met medicinale cannabis, van overheid tot bedrijfsleven tot kwekers. Het zal u wellicht verbazen, maar er zijn behoorlijk wat mensen officiëel ermee bezig. Ik mag van mezelf dus wel zeggen dat ik een redelijk inzicht heb in de cannabis plant en de Nederlandse situatie rondom medicinaal gebruik ervan. Graag zou ik een beetje van die kennis met u willen delen.
Cannabis is medicinaal?! Cannabis als medicijn werkt helemaal niet. Die mening zal u vast niet onbekend zijn. Vaak wordt beweerd dat het enige wat cannabis doet, is je ‘high’maken. Het geeft zo’n prettig gevoel in je hoofd, net alsof je teveel gedronken hebt. En dat zou voor medicinale gebruikers al reden genoeg om te zeggen dat het werkt. Want als je high bent, dan wordt je vanzelf meer ontspannen en gelukkiger en vergeet je je ziekte. Hoewel dit mogelijk een rol kan spelen bij het gebruik van cannabis, is dit allerminst het hele verhaal. Want het hele verhaal is namelijk een stuk interessanter. Cannabis heeft een duidelijk aantoonbare werking op het menselijk lichaam, en die gaat een heel stuk verder dan het effect dat het heeft op je hoofd. Met name in de laatste 10 jaar is ongelofelijk veel ontdekt over het effect van cannabis op het menselijk lichaam. Je kunt je namelijk afvragen waarom een mens überhaupt een effect voelt van cannabis. Als dat namelijk gebeurt: waar en hoe in het lichaam gebeurt dat dan? In de cannabisplant komen bepaalde stoffen voor die dit effect veroorzaken. Al sinds lange tijd zijn deze stoffen bekend, en de meest bekende is tetra-hydro-cannabinol, ook wel afgekort als THC. Het blijkt dat ieder mens in zijn hersenen en zenuwstelsel plekken heeft waar THC zijn effect kan uitoefenen, de zogenaamde ‘receptoren’. Een receptor is als het ware een schakelaar die kan worden ingedrukt als de juiste chemische stoffen in het lichaam aanwezig zijn. Eenmaal ingedrukt zorgt de schakelaar dan voor het effect waarvoor de schakelaar ‘bedoeld’ is. Zo drukt aspirine op een bepaalde schakelaar die ervoor zorgt dat hoofdpijn vermindert. Wat dat betreft lijkt ons zenuwstelsel dus wel wat op een elektrisch apparaat met knoppen. De aanwezigheid van deze cannabis-receptoren in specifieke delen van de hersenen kan heel goed verklaren waarom cannanbis gebruik leidt tot effecten zoals een high gevoel, slaperigheid, honger of zelfs het zien van visioenen. Verder blijken soortgelijke, maar net iets andere receptoren aanwezig te zijn in ons immuun-systeem, zoals op bepaalde bloedcellen. Als THC na cannabis consumptie in ons lichaam komt, zal het daarom dus ook op deze plek een effect hebben. Het is eenvoudig te zien hoe dit mechanisme zou kunnen verklaren hoe cannabis een effect heeft op ziekten waarbij het zenuwstelsel (bv MS, pijn) of het immuunsysteem (bv een autoimmuunziekte) een rol spelen. We gaan nog een stap verder: als er in ons lichaam plekken zijn waar cannabis-stoffen een effect kunnen hebben, dan is het logisch om te vragen waarom die plekken er dan zijn? Receptoren zijn er nou eenmaal niet ‘zomaar’, zonder reden. Het antwoord is verrassend: het blijkt dat ons lichaam zijn eigen cannabis-achtige stoffen maakt, die bekend staan als de endo-cannabinoiden. Deze hebben de taak om allerlei processen in ons lichaam in balans te houden. Het gaat hierbij dan om zaken zoals de bloeddruk, lichaamstemperatuur, maar ook het laten afsterven of juist door laten groeien van cellen, en regulering van het hongergevoel. Veel van de processen die worden gereguleerd door de endo-cannabinoiden zijn cruciaal voor het gezond functioneren van ons lichaam en zelfs voor onze overleving. Zonder endo-cannabinoiden zouden we simpelweg niet kunnen leven. Eigenlijk brengt iemand die cannabis als genotsmiddel gebruikt zijn lichaam moedwillig uit balans en de effecten daarvan worden dan als prettig ervaren. Maar het idee is dat bij sommige ziekten, waarbij het lichaam juist niet in balans is, het gebruik van cannabis stoffen de balans juist weer kan herstellen. Met deze benadering is het zeer duidelijk in te zien wat het verschil is tussen recreatief en medicinaal gebruik van cannabis. Deze balansen zijn trouwens niet slechts een theoretisch verzinsel om mijn verhaal makkelijker uit te leggen: ze zijn echt en we weten dat ze bestaan. Soms zijn ze alleen zeer moeilijk te begrijpen. Als voorbeeld: wanneer er een onbalans is in de hoeveelheid insuline, dan heb je suikerziekte. Misschien klinkt dit verhaal een beetje vreemd, maar toch is het in een andere vorm al lang bekend: doordat de opium plant, onder andere door de aanwezigheid van morfine, nogal sterke effecten op mensen bleek te hebben, werd ontdekt dat het lichaam daarvoor specifieke receptoren bezat, die de werking van morfine konden verklaren. Zoals gezegd zijn receptoren er niet ‘zomaar’ en dus werd er al snel ontdekt dat het lichaam zijn eigen morfine-achtige stoffen kan maken, de endogene morfines, ofwel endorfines. De hersenen van een sporter die hard traint, produceren het en de sporter kan er zelfs een beetje aan ‘verslaafd’ raken. In de vorm van morfine, codeïne en andere stoffen heeft de opium-plant ons dus enkele zeer belangrijke medicijnen geleverd. En het lijkt erop dat de Cannabis plant op het punt staat om hetzelfde te gaan doen. Cannabis is dus wetenschappelijk gezien een heel interessante plant. Of het ook moet worden gezien als een medicijn, dat hangt af van de toepassing, de ziekte en de patiënt, net zoals dat ook geldt voor ieder ander medicijn. Om dit stukje nog even voor u persoonlijk relevant te houden wil ik er graag op wijzen dat de toepassing van cannabis bij verschillende soorten chronische pijn een van de best onderzochte en geaccepteerde toepassingen is. Voor een behoorlijk aantal patiënten geeft cannabis dagelijks dus al een beetje hoop. Politieke cannabis Een eenvoudige vraag die oprijst is natuurlijk: als cannabis zoveel medicinale potentie heeft, waarom moet dat dan allemaal zo lang duren. En waarom heeft cannabis dan zo’n slecht imago. De oorzaak hiervan zit in de wettelijke status van cannabis. In de ogen van de wet is cannabis namelijk zeer gevaarlijk en zit daarmee in dezelfde groep als drugs zoals heroïne, cocaïne en LSD. De basis voor de hedendaagse situatie is een internationaal verdrag uit 1961. Tijdens een vergadering van de Verenigde Naties (VN) is toen afgesproken om cannabis te classificeren als ‘categorie 1’. Stoffen in deze categorie zijn omschreven als: zeer verslavende stoffen met een gevaar voor de gezondheid, en zonder enige medicinale waarde. Als men zich momenteel beroept op die internationale wetgeving, dan gebruikt men dus eigenlijk 45 jaar oude inzichten in het gevaar van cannabis. Toch houden vrijwel alle landen ter wereld zich nog steeds aan dit verdrag. Het idee achter de wetgeving was eigenlijk een beetje: ‘opgeruimd staat netjes’. Maar natuurlijk is er in die 45 jaar sinds 1961 een hoop gebeurt. Zo is het endo-cannabinoid systeem ontdekt, is er veel onderzoek gedaan naar de gevaren en toepassingen van cannabis en is er in diverse landen een patiënten-lobby ontstaan die eist dat medicinale cannabis als een aparte categorie wordt behandeld, omdat ze vinden dat medicijn gebruikers niet perse drugs-gebruikers zijn. Wist u bijvoorbeeld dat in de Verenigde Staten, onder druk van de bevolking (via referenda) en tegen de wil van de overheid, al 11 van de 50 staten het medicinaal gebruik van cannabis willen toelaten. En in Engeland heeft pressie van MS-patiënten zelfs geleid tot het ontstaan van een nieuw bedrijf (GW pharmaceuticals) dat een nieuw cannabis-medicijn heeft ontwikkeld: Sativex. De Canadeese overheid heeft recent een programma gestart voor de levering van cannabis aan patiënten, de Catalaanse overheid (Barcelona) levert cannabis-medicijnen aan een grote groep patiënten en ook het farmaceutische bedrijf Bayer, de uitvinder van de aspirine, houdt zich bezig met cannabis-medicijnen. Toch is het, ondanks deze ontwikkelingen, nog steeds zeer moeilijk om als onderzoeker, bedrijf of patiënt, iets te ondernemen met cannabis. Alle zojuist beschreven projecten kampen op een of andere manier met grote moeilijkheden. Wat de wet betreft is en blijft cannabis nou eenmaal een illegale plant. Het lijkt erop dat de enige manier om medicinale cannabis op grote schaal beschikbaar te maken, is om te wachten op de ontwikkeling van een volledig goedgekeurde cannabis-pil.
De Nederlandse Situatie
Omdat dergelijke ontwikkelingen nog vele jaren kunnen duren, heeft de Nederlandse overheid gebruik gemaakt van een speciale regeling in dat verdrag van 1961. Als een land toch onderzoek wil doen naar de effecten van cannabis (medicinaal of anders) dan kan dat alleen als de overheid daar het gehele monopolie op heeft. Op die manier moet misbruik zoveel mogelijk worden voorkomen. Om die reden is in 2001 het Bureau voor Medicinale Cannabis (BMC) opgezet, als een wettelijk verplichtte eerste stap om cannabis als medicijn serieus te regelen. Naast Canada en de Verenigde Staten is Nederland daarmee het enige land dat een dergelijk bureau heeft opgezet. De belangrijkste initiatiefnemer hierbij was toenmalige Minister van Volksgezondheid Els Borst. Zij had namelijk goed door dat er een groep mensen was die cannabis als medicijn al gebruikten, maar die dit nergens anders konden krijgen dan in de coffeeshop. Omdat zieke mensen nou eenmaal meer risico lopen dan gezonde, wilde zij dat er voor deze groep een degelijk en veilig product zou komen. Het uiteindelijke resultaat kent u waarschijnlijk wel: cannabis van medicinale kwaliteit ligt al sinds enkele jaren in de apotheek (in een wit/geel plastic potje), waar het verkrijgbaar is op dokters recept. Als gevolg van de afwijkende keuzes die Nederland heeft durven nemen, is het een uniek product in de wereld. Het product heeft alleen een probleem, men vindt het over het algemeen te duur. En door de prijs kunnen veel mensen het niet betalen, waardoor ze wegblijven uit de apotheek. En dat is eigenlijk de kern van mijn verhaal. Aan het begin van de introductie van cannabis in de apotheek, is er geschat dat er 15.000 mensen in NL zijn die gebruik willen maken van medicinale cannabis. Vergeleken met buitenlandse cijfers is deze schatting zeer realistisch en zelfs aan de lage kant. Ikzelf ben ervan overtuigd dat dit aantal klopt. De werkelijkheid is echter anders: afgezien van een piek net na de introductie van het product, melden zich momenteel per maand echter slechts ongeveer 1000 mensen bij de apotheek. De vraag is dus waar de rest is gebleven en het antwoord lijkt voor de hand te liggen: waarschijnlijk is het zo dat de meeste mensen op ouderwetse wijze naar de coffeeshop blijven gaan. Een deel van de groep is mogelijk ook zelf gaan kweken. Dit blijkt zowel uit gegevens van de coffeeshops als uit het feit dat de politie regelmatig medicinale kwekers ontdekt. In Nederland is de aanwezigheid van coffeeshops zodanig geaccepteerd dat de meeste mensen aannemen dat de kwaliteit wel goed genoeg zal zijn. Dat dit niet noodzakelijk zo is, hebben mijn collega’s en ik afgelopen jaar aangetoond door een vergelijkend waren onderzoek uit te voeren. De conclusie van dit onderzoek is eenvoudig: voor medicinale gebruikers is apotheek-cannabis absoluut beter, want in coffeeshop wiet worden te vaak verontreinigingen (bacterien, schimmels, bestrijdingsmiddelen, zware metalen) aangetroffen die mogelijk een risico opleveren voor chronisch zieke mensen. Maar het feit blijft bestaan dat de apotheek voor velen niet betaalbaar is, betere kwaliteit of niet. De meeste gebruikers van medicinale cannabis zijn langdurig ziek en hebben niet veel te besteden. Het is dan ook niet moeilijk om te zien dat zij de cannabis in de apotheek niet kunnen aanschaffen. Dat is heel jammer en ik hoop oprecht dat hier een oplossing voor komt. De keuze voor de coffeeshop wordt daarmee in veel gevallen een noodzaak. Om deze situatie te veranderen moet het apotheek product dus goedkoper worden. De prijs van apotheek cannabis kan simpelweg niet zo heel veel lager op dit moment, want dan zou de kwaliteit ervan moeten worden verminderd. Misschien vindt een deel van de gebruikers dat ook niet echt een punt, want hoe gevaarlijk kan coffeeshop wiet nou echt zijn?! Strikt gezien zou dit echter gelijk zijn aan al je medicijnen op internet bestellen, in plaats van naar de dokter gaan. Dat is immers ook goedkoper, terwijl het product (de pil, zalf etc.) er hetzelfde uit ziet. Toch voelt iedereen wel aan dat hier een risico in schuilt en de meeste mensen gaan dus toch naar de dokter. Helaas bieden ook de zorgverzekeraars geen uitkomst, want zij zijn niet bereid om cannabis te vergoeden. De achterliggende reden ligt een beetje verschillend voor iedere verzekeraar, maar het niet al te goede imago van cannabis zal hierbij zeker een rol spelen. Hoe dan ook, het eindresultaat van deze situatie is dat het gebruik van medicinale cannabis grotendeels gebeurt buiten de officiële (apotheek) kanalen om. En daarmee is het merendeel van de (potentiële) medicinale cannabis gebruikers onzichtbaar voor degenen die beleid moeten maken. De gevolgen daarvan beginnen nu duidelijk te worden. De patient en de crimineel De huidige situatie die in Nederland is ontstaan laat zich eigenlijk heel eenvoudig schetsen. Toen het cannabis project werd gestart onder toezicht van het BMC, werden er rond de 15.000 ‘klanten’ voorzien. Echter de coffeeshop-markt was al aanwezig, en is bovendien goedkoper, dus de meeste klanten kopen daar hun medicijn. Vervolgens zien de verantwoordelijken, zoals minister Hoogervorst, een project dat faalt, omdat de doelstelling bij lange na niet wordt gehaald. Daarnaast moge het duidelijk zijn dat de meeste politici er überhaupt niet van houden hun naam op enige wijze met cannabis te verbinden. Het gevolg is dat al na 2 jaar gesproken wordt over ‘de stekker eruit halen’, en het project beëindigen. Op dit moment loopt het BMC dan ook groot gevaar binnen korte tijd te worden opgeheven. Dit zou het einde betekenen voor het medicinale cannabis-verhaal in NL. De meeste patiënten hoeven hiervan niet wakker te liggen, want voor hun dagelijkse portie kunnen zij immers nog steeds naar de coffeeshop, of ze kunnen zelf blijven kweken. En de gevaren lopen immers wel los. Het komt er dus op neer dat heel veel medicinale gebruikers zich, om economische redenen of vanwege een langere coffeeshop-geschiedenis, vrijwillig in dezelfde groep hebben geplaatst als de recreatieve gebruikers. Daarmee zijn ze een onzichtbare, want ononderscheidbare groep geworden. Als Hoogervorst dan zegt dat het BMC project de moeite niet waard is omdat er helemaal geen medicinale gebruikers van cannabis zijn in Nederland, dan heeft hij dus eigenlijk gelijk. De medicinale gebruiker loopt daarmee dus de kans mis op een speciale behandeling. Hij is geen patient, maar een drugs-gebruiker. Want een patiënt die niet wordt herkend, kan ook niet worden ERkend. U vindt mijn redenering wellicht overdreven. Dat heb ik ook een tijd gedacht, maar enkele recente voorvallen lijken toch aan te tonen dat het deze kant opgaat. Hier volgen enkele voorbeelden: In de afgelopen weken heeft zorgverzekeraar VGZ, een van de grootsten van Nederland, in een brief zijn beslissing gemotiveerd om cannabis niet langer te vergoeden. In een korte reactie worden medicinale cannabis patienten neergezet als gebruikers van ‘genotsmiddelen’, die in wetenschappelijke studies een gewenst antwoord zullen geven om maar langer toegang tot dit middel te blijven houden. Hiermee geeft VGZ toe dat zij eigenlijk niet gelooft in zoiets als een medicinale cannabis gebruiker. De verzekeraar wacht liever op de ontwikkeling van een serieuze cannabis-pil, een ontwikkeling die, zoals gezegd, nog wel vele jaren kan duren. De betreffende brief heb ik trouwens, samen met mijn afkeurende reactie erop, aan uw patiëntenvereniging opgestuurd. Een ander voorbeeld zijn de recente aanhouding en dagvaarding van tenminste twee personen, die thuis cannabis kweekten om te voorzien in hun eigen voorraad medicinale cannabis. Het gaat om personen die van hun huisarts een geodkeuring hebben voor het gebruik van cannabis bij hun ziekte. Een van hen is MS-patient, de andere leidt aan chronische pijn. Beiden hebben een geldboete gekregen en moeten binnenkort voorkomen bij de rechter. Tevens is hun gehele cannabis voorraad in beslag genomen. Hoe deze zaken zullen aflopen is nog onduidelijk, maar het is wel duidelijk dat alle rompslomp niet bevorderlijk is voor de gezondheid van deze personen..We moeten namelijk niet vergeten dat deze mensen behoorlijk ziek zijn. Wanneer cannabis in het spel is blijkt er plotseling maar een klein verschil te bestaan tussen behandeling als patiënt of als crimineel. Tenslotte wil ik nog wijzen op de gevaren waarmee het Nederlandse coffeeshop-systeem zelf te kampen heeft. Want mogelijk heeft u het zelf ook al gemerkt; de eindeloze toleratie in Nederland voor wiet-gebruik raakt een beetje op. In toenemende mate worden wietkwekerijen opgerold, worden de kwekers gearresteerd en worden coffeeshops aan banden gelegd. De Europeese regelgeving maakt het drugsbeleid in Nederland in toenemende mate strenger en nota bene in Amsterdam zijn er sinds kort pleinen waar een blow-verbod is aangekondigd door een nieuw verkeersbord ‘verboden te blowen’. De hoge drempel die veel patiënten nu al voelen bij het betreden van een coffeeshop, wordt daarmee alleen maar hoger. Bovendien leidt het gestaag verdwijnen van coffeeshops ertoe dat ze voor steeds meer mensen onbereikbaar worden. Veel van de medicinale gebruikers zijn namelijk niet zo mobiel. Al met al lijkt de toekomst van de medicinale coffeeshop bezoeker er dus niet bijzonder goed uit te zien. Cannabis en U Het stukje dat ik hier schrijf is niet bedoeld als verkoop-praat. Ik probeer u niet te vertellen dat u naar de apotheek moet gaan voor medicinale cannabis, die keus laat ik volledig aan u. Zoals ik al zei denk ik bovendien dat de keus voor de coffeeshop of voor zelf kweken vaak een noodgedwongen stap is. Zelf kweken lijkt misschien leuk, maar het is een dure hobby en vraagt behoorlijk veel tijd. Maar wat ik uitdrukkelijk wel wil vragen is om u uit te spreken als gebruiker van medicinale cannabis. Hopelijk bent er namelijk van overtuigd dat cannabis wel degelijk een medicijn te noemen, zeker bij chronische pijn klachten. En u bent een patiënt, dus er is niets om moeilijk over te doen. Als elke patient zijn eigen weg kiest en zijn eigen kleine gevecht aangaat om een medicijn te verkrijgen, wordt er waarschijnlijk niet veel bereikt. Ik denk dat u als patiënt dit ook gelooft, want vermoedelijk bent u mede daarom lid van een patiëntenvereniging. Als medicinale cannabis gebruikers zich massaal bekend zouden maken en hun medicijn zouden opeisen, dan wordt het voor Ministers, beleidsmakers, zorgverzekeraars of artsen een stuk moeilijker om het probleem minzaam lachend terzijde te schuiven. Ik geloof niet dat dit een makkelijke opgave is, want iedere individuele gebruiker heeft last van vooroordelen in zijn omgeving, van schaamte, en soms ook van gemakszucht. Maar ik hoop dat het lukt om een algemeen gevoel van trots te kweken: ‘ik ben verdorie gebruiker van cannabis, en ik weet waarom ik het nodig heb, wat het met me doet, en dat is de moeite waard om me voor uit te spreken’. Uitspreken, dat is geloof ik alles wat op dit moment nodig is. Met een relatief kleine inspanning geeft u dan wellicht de medicinale cannabis in Nederland een toekomst. Ik ben wellicht een dromer, maar wat zou ik het toch mooi vinden als een medicinale cannabis gebruiker gewoon openlijk over cannabis zou kunnen praten, zoals bijvoorbeeld iemand met suikerziekte kan praten over zijn insuline. Momenteel werkt ik aan het organiseren van een landelijke informatie-dag over medicinale cannabis, speciaal gericht op patiënten. Het moet maar eens afgelopen zijn met al het verborgen gedoe. Want als medicinale cannabis van de politieke agenda verdwijnt, geloof ik niet dat het er snel weer op zal staan. Daar gaat zeker weer een kabinets periode overheen. En in die periode moeten de patiënten zichzelf dan maar zien te redden, zo goed of zo kwaad als dat dan zal gaan. Persoonlijk laat ik het liever niet zover komen. Daarover wilde ik u dus even spreken.
Medicinale wiet hoort in ziekenfondspakket
Bron: Trouw,
23 juli 2004
Medicinale
cannabis verlicht pijn en is bovendien uitgebreid gecontroleerd. Het past dan
ook uitstekend in het standaardpakket van ziekenfondsen. Nu kiezen patiënten
voor de goedkopere coffeeshop, waar de wiet te veel THC bevat. Het ministerie van VWS heeft het Bureau voor Medicinale Cannabis (BMC) in het leven geroepen om medicinale cannabis legaal te distribueren en wetenschappelijk onderzoek ernaar te bevorderen. Recent is echter bekend geworden, dat het BMC grote hoeveelheden wiet heeft opgekocht van de twee door de overheid aangewezen kwekerijen ter waarde van enkele honderdduizenden euro's, om een faillissement te voorkomen. De schatting was dat 7000 tot 15000 patiënten hun cannabis bij de apotheek zouden halen, maar het zijn er tot nu toe niet meer dan 1500. Veel ziekenfondspatiënten halen hun cannabis nog steeds bij de coffeeshop omdat ze het zelf moeten betalen, en de cannabis bij de apotheek gemiddeld twee keer zo duur is. Op zich is het prijsverschil niet verrassend. Medicinale cannabis moet immers aan dezelfde eisen voldoen als andere geneesmiddelen. In het laboratorium moeten samenstelling en sterkte getest worden in verband met de dosering, ook moet de wiet zodanig bewerkt worden dat er geen schimmels of bacteriën meer in zitten en ze moet gecheckt worden op pesticiden. Maar wat wél bevreemdend is, is dat de patiënt sinds september 2003 alleen nog maar legaal medicinale cannabis mag afnemen van de twee door de regering aangewezen kwekerijen, terwijl hij zélf voor de prijs blijft opdraaien. Helaas hebben de staatskwekerijen slechts twee soorten cannabis, waarvan de samenstelling niet voor alle patiënten de juiste is. Bij het ene ziektebeeld past cannabis met een relatief hoog THC-gehalte, andere patiënten hebben juist baat bij cannabis met een relatief lage THC-waarde en een hoog gehalte cannabidiol. Het is dus logisch dat nog veel patiënten via de coffeeshop aan hun cannabis komen. Met alle gezondheidsrisico's van dien. Niet alleen in verband met de vervuiling met zware metalen, pesticiden, schimmels en bacteriën, maar ook omdat de cannabis in de coffeeshop een steeds hoger gehalte aan THC bevat. THC is immers de stof die zorgt voor het 'high worden' en daarom hebben kwekers in de 'recreatieve sector' met succes geprobeerd het THC-gehalte in de cannabisplant te verhogen. Het cannabidiol-gehalte is hierbij echter achtergebleven, en juist cannabidiol zorgt voor bescherming tegen bijwerkingen van THC. THC verhoogt het gehalte van het hersenhormoon dopamine en daarmee de kansen op een psychose of zelfs schizofrenie. Verder verhoogt THC de bloedspiegel van het stresshormoon cortisol. Een teveel aan cortisol zorgt voor een hoge bloeddruk, met risico op nierlijden en hersenbloedingen, extra gevaarlijk voor de wat oudere chronische patiënt die cannabis gebruikt om medische redenen. Er is dus alles voor te zeggen dat patiënten hun medicinale cannabis bij de apotheek halen. Maar dan moet de overheid hen niet afschrikken met halfslachtig beleid. Waarom wordt de legale medicinale cannabis eigenlijk nog niet vergoed? De hoofdreden die wordt genoemd door de Commissie Farmaceutische Hulp (die het college van zorgverzekeraars adviseert), is dat medicinale cannabis geen rationele therapie zou zijn. Er is nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor de werking. Nu is er volgens ZonMw (een bureau dat onder het ministerie van OCW valt en dat wetenschappelijk onderzoek beoordeelt en financiert) een schat aan gegevens met overtuigende aanwijzingen voor diverse toepassingen van medicinale cannabis. Zo noemen zij: spasticiteit met pijn, bijvoorbeeld bij MS en ruggenmergbeschadiging, misselijkheid en braken bij chemotherapie, radiotherapie en behandeling met anti-hiv-middelen, chronische neurogene pijn, Gilles de la Tourette en palliatieve zorg bij behandeling van kanker en hiv/aids. Er zijn grofweg twee soorten onderzoek: fundamenteel onderzoek naar onder meer het werkingsmechanisme van cannabinoïden, en toegepast onderzoek naar het effect van cannabis bij patiënten. Over het werkingsmechanisme van cannabinoïden is ondertussen meer dan voldoende gepubliceerd in internationaal gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften. Maar wat betreft het tweede type: daarvan is nog te weinig dubbelblind onderzoek gepubliceerd. Dubbelblind betekent dat je twee vergelijkbare patiëntengroepen onderzoekt, waarbij de eerste groep (blind) het geneesmiddel krijgt, en de tweede (blind) een placebo. Er is overigens al best veel van dergelijk onderzoek naar cannabis gedaan, maar dat voldeed niet aan de criteria die wetenschappelijke bladen stellen voor publicatie. Zo is er een groot dubbelblind onderzoek naar de spasticiteit bij MS-patiënten bekend (657 patiënten), waarbij de patiënten zowel bij het cannabisextract als bij de geïsoleerde THC, een vermindering van 60 procent van hun spasticiteit opgaven. Toch is dit onderzoek van tafel geveegd, omdat artsen de vermindering van de spasticiteit niet konden objectiveren. Deze negatieve beoordeling is vreemd. Het werkingsmechanisme van cannabis is nog het meest te vergelijken is met die van psychofarmaca. En om het effect van psychofarmaca te meten, moet je altíjd naar de subjectieve beleving van patiënten vragen. Een objectieve maat is vaak niet eens mogelijk. Dat voor cannabis niet dezelfde wetenschappelijke criteria gelden, heeft waarschijnlijk te maken met het principe van peer review: dat is een groep collega-wetenschappers, die beoordeelt of een onderzoek geschikt is voor publicatie. Op zich is dit een goed veiligheidsmechanisme, maar het draagt het risico in zich dat conserverende krachten nieuwe ontwikkelingen tegengaan. Er is veel te zeggen voor meer degelijk (dubbelblind) onderzoek naar cannabis. Het is dan ook de taak van het BMC om dit in samenwerking met ZonMw te bevorderen. Nu echter de grote groep patiënten wegblijft, wordt het dit bureau wel erg moeilijk gemaakt. Het zou de overheid dan ook sieren wanneer zij zich zou inzetten voor een volledige vergoeding van medicinale cannabis. Wettelijk is dit reeds mogelijk. Het ziekenfonds zou de cannabis bijvoorbeeld kunnen vergoeden via het aanvullend pakket of een coulance-regeling. Verschillende ziekenfondsen, zoals Axe en Achmea, hebben het op deze manier voor hun patiënten geregeld. Het Bureau voor Medicinale Cannabis gaat nog een stap verder: het meent dat medicinale cannabis wel degelijk als een rationele therapie gezien kan worden en uit het gewone ziekenfondspakket kan worden vergoed. Medicinale cannabis is namelijk een landelijk gestandaardiseerd geneesmiddel welke onder FNA-receptuur valt (eigen bereiding van de apotheek). Het wachten is dan ook op patiënten die het niet meer pikken en naar de rechter stappen. Behoudende krachten in de geneeskunde moeten zich realiseren dat het beste uit de farmacie ooit uit de natuur voortkwam. Denk aan digitalis voor hartkwalen, oorspronkelijk afkomstig van vingerhoedskruid, of opiaten voor pijnbestrijding die hun oorsprong vinden in de papaver. En penicilline, het geneesmiddel bij uitstek dat veel doden heeft voorkomen, en dat zijn oorsprong vindt in een natuurlijke schimmelcultuur. Er is dus alle reden om de natuur zorgvuldig verder te onderzoeken op zijn geneeskrachtige werking; dit ten behoeve van mensen wier lijden hierdoor kan worden verzacht. Bron: Trouw, 23 juli 2004
|
|
|